blog

Gorkum literatuurprijs

 

 

Met zijn zanderige polders en de zee.

Niet ver van Vlaanderen.

Draagt net als iedereen het verleden met ons mee.

Dwaasheid kan veranderen dacht de Paus en hield zich doof.

De Spaanse bezetting kleurde de grond rood uit liefde voor hun geloof

Gorkum en Vlaanderen wilden af van de Spaanse voogdij.

De plaatselijke held Lumey liet het er niet bij.

Voor niet ingeloste beloften en geloofsvrijheid namen de Geuzen de wapens op.

De Paus verklaarde de 19 opgehangen katholieke priesters tot martelaren, de Spanjolen kregen klop,

Geuzenleden, zongen geuzenliederen en liepen trots over de velden.

De Spanjolen betaalden kostelijk voor de Geuzen hun helden.

Hun wraak was even wreed als de Spaanse bezetter.

Fier schreven de Geuzen de gebeurtenis in de Nederlandse letter.

De Spanjaarden gingen overkop aan de haal.

Wat onze schepper denkt, is echter een heel ander verhaal…

God schudt zijn witte haren en haalt zijn schouders op.

‘Wanneer gaan de mensen nadenken? Deze schepping werd een flop.

’Maar één enkel eerlijk mens is meer waard dan een miljoen smeekbeden en rituelen.

Maar zijn we niet met te velen?

‘Zolang onschuldigen op aard rondlopen,

 mag de zwartste ziel nog hopen.


Blog

De Gave


Je hebt het in je.’, zei de schooljufrouw uit het derde studiejaar van de basisschool, met een glimlach.

Ik keek haar verbaasd aan en vervolgens naar de punten.

Op een score van tien had ik een negen verdiend.

Een minpuntje vanwege een dt-fout.

‘Tof.’, dacht ik bij mezelf, ‘een negen!’

Verlegen lachte ik terug naar haar. Blij met de goede punten.

In de war door haar raadselachtige woorden.

Wat had ik in mij? Wat kon ze daar in hemelsnaam mee bedoelen?

Met één hand streek ik de bladzijden glad en keek naar de geschreven tekst. Juffrouw Van Reeth had mijn opstel aan de klas voorgelezen. Ze vond het grappig, origineel en ‘goed’ geschreven. Wat dat ook kon inhouden…

Als achtjarige bleven enkel de woorden ‘grappig’ en ‘goed geschreven’ hangen. Mijn klasgenootjes hadden aandachtig geluisterd en gegiecheld.

Bij de herinnering gloeide ik van trots.

Maar… wat had ik in mij? Ik had al gehoord van wormpjes in de stoelgang en een akelig verhaal van iemand die een lintworm in zijn darmen had van wel één meter. Automatisch trok ik mijn billen strak. Als de worm daar toegang zocht dan wilde ik voorbereid zijn.

Pas jaren later kwam ik te weten dat de besmetting oraal verliep. Alle misverstanden ten spijt ben ik nog steeds blij met mijn getrainde bilspieren.


Muziek.

Dat zit in mijn hart en bloed. Mama speelde piano, papa viool. Ik nam de altfluit voor mijn rekening of speelde een eenvoudige quatre-mains met mama. Heel de dag stond de radio op en regelmatig musiceerden we samen. Klassiek, de muziek van mijn grootvader, ouders, broer, de jongen waarmee ik trouwde, kleinkunst en hedendaagse muziek. Ik stond op met muziek en ging ermee slapen. Mijn liefde voor muziek én boeken.

Het musiceren gaf ik op toen werken, kinderen en huishouden de paukslagen van de dag bepaalden.


Wat ik nog in mij had, kwam al rijmend naar boven via ludieke teksten op gelegenheidskaartjes, zelf ineen gestoken dialogen en afscheidsredes. Om onnodige vergissingen te voorkomen; deze redevoeringen golden voor overgeplaatste en pensioengerechtigde collega’s.

Tot ik tijdens een afscheidsceremonie een dia montage van een goede straatbuur  zag; van kind tot volwassene en de laatste beelden voor de dood haar opeiste. Alle belangrijke momenten in haar leven passeerden de revue met het immer lachende gezicht gevangen op doek. De presentatie duurde vijftien minuten. De aanwezigen die hulde brachten werden getuige van iemands levensloop. Ontroering kneep mijn keel dicht als nooit voorheen.

Ik huilde als een klein kind. Om de verloren woorden die enkel in de nabestaanden hun geheugen voortleven.

Het leven van een persoon te verwoorden in enkele bladzijden leek mij een onmogelijke opgave. Eén beeld zegt meer dan duizend woorden, maar ik kon mijn gedachten niet op een canvasdoek projecteren. Enkel woorden konden die herinneringen vasthouden.

Ik voelde een enorme leegte in me. Zoveel woorden en kennis bezat ik niet om alle emoties en gebeurtenissen te verwoorden. Nochtans opperden een aantal collega’s om toch een boek te schrijven.

‘Als ik op pensioen ben.’, lachte ik hun ideeën weg.

Wat toen nog ver weg leek werd plots realiteit.

Ik stortte lichamelijk en psychisch in door langdurig chronische rugpijn en belandde in een diepe, jarenlange depressie. Vervroegde pensionering, arbeidsongeschiktheid.

Ik betekende niets meer.

Drie maanden in de psychiatrie en een neuro-stimulator gaven me terug zin in het leven. Beperkt, maar strijdvaardig wou ik nog iets betekenen. Het idee om een boek te schijven spookte terug door mijn hoofd.

Ik kan het niet.’, was mijn eerste reactie. ‘Buiten een heleboel fantasie bezit ik de kennis niet. Mijn schrijfstijl is totaal verouderd.’

Een dinosaurus die in de 21ste eeuw belandde. Het enige pluspunt dat ik kon bedenken:

Ik kan een pen vasthouden.


Maar de drang werd sterk, bijna dwingend te noemen.

En zoals zo dikwijls is het spreekwoord ‘oefening baart kunst’ en soms kinderen, een gouden raad. Met elke nieuwe regel beklom ik de berg van uitdrukkingen, synoniemen, correcte spraakkunst én nieuwe spelling, in de hoop de wedstrijd taalkennis te kunnen bijhouden.

De personal computer gaf een extra zetje.

Gedaan met de slordige bladzijden vol doorgehaalde zinnen, schrijffouten en ongelukkige vlekken door dorstige momenten.

Een prachtige uitvinding volgens mijn maatstaven.

Alles netjes opgeslagen, overzichtelijk, gedrukt in elk verkiesbaar schoonschrift.


Uiteindelijk typte ik de eerste letters van de novelle ‘Nieuw Leven’ op een laptop tijdens een vakantie.

Na een jaar was het af. Met de ondersteuning van een Nederlandse uitgeverij die werkt volgens het principe ‘print on demand’.

Het eerste volledig verwerkte exemplaar werd me toegestuurd.

Ik verwachtte een boek, het werd een novelle.

Ontgoocheling en trots vochten in mij om het eerst.

‘Een jaar! Voor zo een dun boekje?’

Bovendien had ik mijn schare lezers zelf moeten aanbrengen.

Minstens een veertigtal’, had de medewerkster van de uitgeverij me op het hart gedrukt.

Alle fierheid opzij zettend trachtte ik mijn boeken aan de man én vrouw te brengen.

’ Jezelf verkopen’, noemen ze het.

Het voelde eerder aan als een mengeling van leuren, hoereren en met je talent zwaaien.

Toch haalde ik een bescheiden succes met het eerste boek. Er volgde nog twee novelles. Maar… er ontbrak iets.

De kracht van het woord… zo voelde het aan. Worstelen om de juiste woorden op de juiste plaats te zetten. Het juiste ritme.

Toeval wilt dat ik mijn huidige mentor leerde kennen tijdens een samenkomst van ‘auteurs van de Rupelstreek’, in de bibliotheek van Boom. Gedeelde interesses en een goed gesprek resulteerden in een visitekaartje dat ik zonder meer kreeg toegestoken.

‘Acteur, auteur, regisseur… een begaafde duizendpoot.’, grinnikte ik op dat moment.

 Een aantal maanden later belde ik hem werkelijk op om lessen te volgen. Bereid mijn hoofd op het blok te leggen om onder de bijl van vernietigende kritiek te sneuvelen.

Hij zou kritisch zijn werd mij verteld.

Ik verwachtte niets anders. Leren gaat met vallen, opstaan en van je fouten lessen trekken.

Een jaar later ga ik nog steeds met veel plezier naar de man waarvan ik al zoveel geleerd heb.

 Wijze lessen zoals:

 ‘Iedereen zou ook eens acteur moeten zijn.’, gaf me inzicht dat het niet voldoende is schrijftaal te gebruiken, het moet ook gespeeld kunnen worden. ‘Er bestaat niet zoiets als een stille glimlach.’, zei hij.

 ‘Een glimlach is een glimlach.’ en ‘Show, don’t tell.’, vergroten het inlevingsvermogen van de lezer en/of de acteur.’

Auteur, acteur, regisseur, mentor en bezieler. De lijst van zijn kwaliteiten werd langer en mijn liefde voor het schrijven nog groter.

Deze metamorfose heeft ook nadelen; schrappen, lezen, herlezen, soms volledig herschrijven, het hoort er allemaal bij. De keuze, de volgorde, het ritme is zo belangrijk. Om nog van de interpunctie te zwijgen.

Oefenen en opdrachten, het waarnemen, de aandacht.

Soms voel ik me als ‘The karate kid’, een populaire film uit de jaren 1980, waarin de jonge held de auto van mister Mijagi moest boenen, om zijn reflexen te oefenen.

Wax on, wax off.’

Met deze beelden in het achterhoofd boen ik verder tot ik de Tatami waardig ben.

 De kracht van het woord onder de knie heb.


ENGEL IN MEMORIAM

In een vorige column, nog niet zo lang geleden, schreef ik over de aanschaf van een ‘hondje’. Een pientere reu, met een speels karakter en een groot hart. Het totaal pakket: 45 kg. We gaven hem de naam Sunshine. Ons zonnetje. Een heel sociaal dier die door iedereen in ons dorp geliefd werd. Een lokale beroemdheid want mij kende ze enkel als het baasje van Sunshine. Een witte golden retriever die zich geregeld zwart maakte in de plaatselijke dreef. Toen we daarna naar huis gingen leek hij op een verwaarloosde straathond met een lach tot achter zijn oren. Het was zo een komiek zicht dat de toevallige passanten hardop begonnen te lachen en me veel succes wensten om hem terug wit te krijgen. Het was niet erg. Hij was een hond die pret had gehad. Die zijn energie kwijt kon en hiervoor zeer dankbaar was. In ons plaatselijk restaurant konden we rustig en uitgebreid eten zonder dat hij werd opgemerkt. Als we het restaurant verlieten verbaasde hij menig eter dat ze de grote hond niet hadden gezien of gehoord. Hij lag steeds onder de tafel een dutje te doen tot we klaar waren. Dan stapte dat grote beest fier als een pauw met ons mee. Hij kon een rauw ei in zijn mond nemen en netjes in iemands handen leggen zonder dat het brak. Nieuwsgierig als hij was bracht hij zelfs eens een egel mee. Hij had de stekels van het beestje tussen zijn tanden genomen zonder zijn lippen te gebruiken. Hij was gek op water en eten. Liet je per ongeluk al eens iets vallen dan haastte hij zich om het op te pikken en aan te geven en… kreeg telkens een koekje. Kwam ik met de wasmand boven nam hij steels een sok weg - die ik zogenaamd had laten vallen - van de stapel, om een koekje af te bietsen. Eén enkele keer had hij een konijn gevangen en kwam er linea recta mee naar mij. Hij gaf zijn prooi af, dat moest beloond worden! Toch kon ik het onbegrip in zijn ogen lezen toen hij enkel een koekje kreeg. Het was alsof ze wilden zeggen:

‘Meen je dat nou? Ik vang een groot konijn en krijg een pietluttig koekje!’

Vanaf dat moment nam hij zijn prooien in zijn bek mee naar thuis en gaf ze dan pas af. Voor een… koekje. Maar heel zijn lichaamstaal verraadde hoe fier hij was. Een slimme gehoorzame hond uit de duizend. We waren zielsverwanten. De keren dat ik voor een operatie naar het ziekenhuis moest en enkele dagen weg bleef maakte hem overstuur. We waren steeds samen indien mogelijk. We kamperen en wie zat er als eerste in het koffer van onze break? Sunshine, even gelukkig als wij om nieuwe dingen te leren kennen. In Frankrijk gingen we meestal naar een familiecamping met een groot meer, waar hij zo dikwijls als het kon in zwom als een vis. Zoveel mooie herinneringen, ik kan me niet eens herinneren dat hij ooit agressief was.

Begin dit jaar heb ik hem laten inslapen. Dat groot hart werd hem fataal. Voor dat hij enige ongemakken kreeg heb ik hem laten gaan. Ik had zo graag hem langer gehad, maar hem laten lijden? Oh nee! Die bewuste dag was ik mee op zijn matras gaan liggen met mijn armen om hem heen. Soms wilde ik hem niet teveel belasten met mijn arm en legde hem opzij. En telkens duwde hij zijn hoofd terug onder die bewuste arm. Heel de dag, tussen mijn armen, lagen we samen te wachten op de dierenarts. Het veto was onverbiddelijk: zijn hart was op. Hem langer in leven houden zou resulteren in het uitvallen van de vitale organen. Dat wilde ik niet. Hij had een goed, gezond leven gehad, vol plezier. Toen de dierenarts het spuitje om in te slapen gaf was hij al dood.

‘Kom jongen,’ had ik gezegd, we gaan slapen. Dit was het teken waarop hij gewacht had. Hij stierf heel rustig in mijn armen en met hem stierf ik zelf ook… van verdriet. We kunnen en willen niet vergeten: mijn engel Sunshine.

Terug van weggeweest.

Tijdens de receptie met de boekvoorstelling van 'Steen op Steen' hebben de jongens van de journalistiek me onvrijwillig een flinke verkoudheid bezorgd. De zon scheen maar de wind was koud. Fotootjes binnen, fotootjes buiten en vice versa en dan lig je, voor je het weet, voor 14 dagen op apegapen en half dronken in je zetel. Een pijnlijke keel, hoesten - de longen uit je lijf - en een hoofd dat op barsten stond. Dat barstend hoofd kan natuurlijk ook te wijten zijn aan mijn echtgenoot zijn toegewijde zorgen. Zijn bezorgdheid noopte hem meteen de 'Lazarus'-methode toe te passen:

1 grote tas gewone thee, 1 borrel Strohrum, 1 lepel honing en een 1/2 citroen. Mijn keel was gesmeerd en ik was in een opperbeste stemming. Na drie tassen per dag besloten we ermee op te houden, het begon een alcoholverslaving te worden. Maar ik ben genezen!

 

De herfstblues

 

Ik zal niet de eerste of de laatste zijn

met een gloeiende hekel aan de donkere dagen.

De bomen schudden de mooiste kleuren van hun takken,

vormen ritselende tapijten in felle kleuren

met de geur van natte bladeren,

kruiden en een verscheidenheid aan noten

die de zintuigen prikkelen.

Het is alsof moeder natuur haar uiterste best doet

om ons af te leiden van het korten van de dagen.

Dit jaar heeft de algemene droogte

de bladeren vroegtijdig laten vallen

toch is het geleidelijk gebrek aan licht,

de eigenlijke schuldige aan het jaarlijks herfstseizoen.

Ach, dichterlijke zielen met een overschot aan vitaminen D

zullen met de glimlach de bossen en parken bezoeken.

Enthousiast noten verzamelen, paddenstoelen bewonderen

en als kleine kinderen de bladeren naar boven schoppen

genietend van hun apart aroma.

Wind noch regen belet hen om flink aangekleed

met stevige schoenen de luttele lichturen weg te stappen

om daarna in een brasserie of eetcafé,

bij kaarslicht, een koffie of iets sterkers te gebruiken.

Tevreden dat ze de elementen hebben getrotseerd

blijven ze nakeuvelen en wisselen met onbekenden

emailadressen uit om de mooiste foto's te vergaren.

Romantisch... niet?

Gezelligheid troef!

Ik gun het hen van harte.

Persoonlijk behoor ik tot de groep

melancholieke depressievelingen

waarvoor de apotheek de dringenste reden is om buiten te komen.

Een goed gevuld 'Pharma-zakje' met vitaminen D, anti-depressiva,

koortswerende middelen en een hoestfles helpen me de blues te bestrijden.

Romantiek, gezelligheid op de sofa met een beker thee en iets om te snoepen.

Eten geeft altijd een goed gevoel tot de weegschaal er aan te pas komt.

Dan heb je er een schuldgevoel bij.

Toch moet ik elke dag buiten voor 2 flinke vierpoters:

een Labrador en Golden Retriever.

Met een glimlach zie ik hen beiden in de bladeren roeffelen,

of het nu regent of niet.

Soms kleddernat of onder de modder komen we samen thuis.

De tongen hangen uit hun bek, glinsterende ogen,

nog steeds blij betrekken ze me in hun spel.

Liefdevol droog ik ze af, geef ze iets extra en ververs het water.

Intens genietend gaan ze dan op hun matras liggen

en sluiten hun ogen voor een dutje.

Soms kruip ik mee op hun matras die ze blij delen,

ze schurken zich behaaglijk tegen me aan.

Dan gebeurd er een wonder...

ik glimlach zielsgelukkig, de zon schijnt in huis. 

Niet te missen!

In het Washboard Art en Jazz Café, Brusselsestraat 5, 2018 Antwerpen.

 

Op vrijdag 15 februari vanaf 19u komen niet één maar twee creatieve duizendpoten Eddy Vereycken, toneelspeler, acteur (bijvoorbeeld “De zaak Alzheimer”) en vele filmproducties, regisseur, producer van kortfilms, auteur, scenarist, zaakvoerder van de uitgeverij JABULON en ik voorlezen uit mijn onlangs uitgekomen thriller  “Steen op steen”. U krijgt ook een nooit geziene blik achter de schermen van een psychiatrische kliniek. Rond het thema ‘depressie met een knipoog’ een aantal kortverhalen en gedichten uit “Gedachte, gedichten en geknipte verhalen” door mij voorgelezen. En… bovenal leest Eddy Vereycken voor uit eigen werk. We trekken alle registers open om u al uw emoties op de proef te stellen.

 

 


O